
WILLEMSTAD – Ze zijn op Curaçao geboren, gaan er naar school, spreken Papiamentu en kennen vaak geen ander thuis. Toch groeien kinderen van ongedocumenteerde ouders op met de onzekerheid of ze op het eiland mogen blijven. Soms hangt hun verblijfsrecht zelfs af van een leraar, pleegouder of andere buitenstaander die bereid is persoonlijk voor hen garant te staan. Fotograaf Berber van Beek volgde voor haar project Schaduwkinderen van Curaçao de verhalen achter deze nauwelijks zichtbare groep jongeren.
Publieke Zaken, beter bekend als Kranshi, schat dat ongeveer drie op de tien baby’s die jaarlijks op Curaçao worden geboren één of twee ongedocumenteerde ouders hebben. Een officieel cijfer bestaat niet. Het project van Van Beek laat zien wat die juridische onzekerheid in het dagelijks leven van kinderen en jongeren kan betekenen.
door | Berber van Beek
Publieke Zaken, beter bekend als Kranshi, schat dat 30% van de baby’s die jaarlijks op Curaçao geboren worden, uit gezinnen komt met één of beide ouders ongedocumenteerd. Een schatting van de werkvloer, geen officieel cijfer: dat bestaat niet. Het CBS telt wel het totaal aantal geboortes (1.170 in 2023, 1.121 in 2024), maar niet hoeveel daarvan uit ongedocumenteerde ouders komen.
Dertig procent is een schatting. In de praktijk ligt het aantal waarschijnlijk nog veel hoger. Omdat niet alle ongedocumenteerden de geboorte van hun kinderen laten registreren.
Binnen vijf dagen na de bevalling moeten ouders naar Kranshi, met een geboorteverklaring van het ziekenhuis en een paspoort of identiteits- of nationaliteitsverklaring van het consulaat. De aangifte is gratis, de akte kost twintig gulden. Angst om als ongedocumenteerde in beeld te komen speelt daarbij een belangrijke rol. Geboorteaangifte is een verplichting voor ongedocumenteerden en gedocumenteererden, dus voor iedereen.
Kranshi probeert die angst weg te nemen met voorlichtingsavonden en presentaties: een aangifte heeft geen gevolgen voor de verblijfsstatus van de ouders. Die akte is niet hetzelfde als een inschrijving in het bevolkingsregister. Het betreft inschrijving in het geboorteregister van Curaçao, omdat de betrokkene op Curaçao is geboren. Een kind van ongedocumenteerde ouders krijgt wél een geboorteakte, maar komt zonder verblijfstitel niet in de basisadministratie. Het kind bestaat op papier, in het geboorteregister van de burgerlijke stand, maar niet in de bevolkingsadministratie van Curaçao.
Er blijkt veel onduidelijkheid te bestaan over de Nederlandse nationaliteit. Tijdens dit onderzoek klonk telkens dezelfde verbazing: als je hier geboren bent, betekent dat niet dat je automatisch de Nederlandse nationaliteit en dus een Nederlands paspoort krijgt.
Volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap verkrijgt iemand de Nederlandse nationaliteit niet door geboorte op het grondgebied, maar door de nationaliteitswetgeving van de ouders.
Een geboorteakte alleen geeft je geen nationaliteit, geen verblijfsvergunning, geen garantie. Maar zonder die akte kun je nergens terecht voor erkenning, een paspoort bij het consulaat of een verblijfsprocedure. Elke stap daarna wordt moeilijker. Het is niet de oplossing, maar wel het eerste document dat die mogelijkheid openhoudt. Gelukkig is er wel leerplicht maar of ze een diploma krijgen is nog onduidelijk.
Ik geloof in jou. Geef niet op
Leraren weten meestal niet of kinderen wel of geen papieren hebben.
Een lerares vertelde het voorzichtig, alsof de erkenning haarzelf ongemakkelijk maakte: “Eigenlijk weten we het nooit zeker of een kind ongedocumenteerd is. Soms komen we er per ongeluk achter, doordat het ineens minder goed gaat op school.”
Er is zelden een dossier of een gesprek dat eraan voorafgaat. Meestal begint het met cijfers die zakken, een leerling die instort en dan huilend het hele verhaal vertelt.
Tegen die tijd kennen de medewerkers van de middelbare school deze kinderen al jaren. Ze zien ze opgroeien, worstelen en doorzetten.
Zo ook bij Amara. Haar vader had een werk-
n verblijfsvergunning, hij moest ieder jaar opnieuw bewijzen dat hij genoeg verdiende om garant voor haar te kunnen blijven staan. Zeven jaar aaneengesloten had hij dat volgehouden. Toen hij zijn baan verloor, kon hij het niet meer voor haar doen. En daarmee viel de grond onder haar voeten vandaan. Nu had ook zij geen verblijfsvergunning meer. Geen verblijfsvergunning betekent veel stress, onrust en de kans gedeporteerd te worden en dat is geen goede basis om te leren en te werken aan je toekomst.
Wat er toen gebeurde, is niet de taak van een medewerker op school. Een lerares die op haar school werkte, die haar al jaren kende, besloot zelf garant te staan. Onder haar eigen naam. Met het eigen inkomen als onderpand: een verantwoordelijkheid die niet eenmalig is, maar jaar na jaar terugkeert. Zodat dit meisje haar verblijfsvergunning kan behouden.
Garant staan voor een leerling maakt geen deel uit van een lesbevoegdheid, laat staan van de taak van één individuele medewerker binnen een school. Toch gebeurt het. Mensen doen het omdat ze in het kind geloven en haar een kans willen geven. Ze is immers hier geboren.
Een paar jaar later kreeg Amara haar permanente verblijfsvergunning. Puur geluk, dat er iemand bereid was dat risico te nemen: doordat de lerares jarenlang garant stond, had Amara een tijdelijke verblijfsvergunning, en nu eindelijk een permanente. Naar Nederland kon ze niet. Naar de UNA wel, dankzij die verblijfsvergunning. Naast haar studie werkt ze in een supermarkt, een toekomst die er zonder die ene handtekening niet was geweest.
Tot haar verbazing had die eerste toezegging een golf in gang gezet, het ene kind na het andere klopte aan. “Juf, ik heb gehoord dat u me kan helpen.” Ze moest nee zeggen, ze kon niet anders, en toch bleef de vraag hangen. “Hoe kan hier een oplossing voor komen?” Als individu kon ze een systeemprobleem niet dragen.
Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.





































